|
|
|
Over de schrijver
Ivo van Woerden (1979) is sinds juni 2010 redacteur bij HP/De Tijd. Daarvoor werkte hij als freelance journalist voor o.a. de Volkskrant, Algemeen Dagblad, Revu, Viva, Vrij Nederland en De Morgen.
IInhoud
‘Er wordt veel gepraat op de afdeling. In de pauzes en ook tijdens de verzorging gaat het over wat er de vorige avond op televisie was en over naderende vakanties. Maar het valt op dat iedere dag, ongeacht de locatie, hetzelfde onderwerp terugkeert: hoe zwaar het werk is en dat het vroeger beter was. […] Een collega vertelt: “Vroeger kon je nog echt voor iemand zorgen. Het is zo veranderd dat ik er ziek van ben geworden. Nu ga ik toch maar door, tot ik met pensioen kan.”’
Maar al te vaak horen we dat ‘het rommelt in de zorg’. Er komen steeds meer ouderen die hulp nodig hebben, en steeds minder mensen die dat willen bieden. Hoe gaat het er echt aan toe in de ouderenzorg en hoe komt dat? Om die vragen te kunnen beantwoorden dook HP/De Tijd-journalist en verpleegkundige Ivo van Woerden onder in de wereld van de ouderenzorg. In de zomer van 2010 werkte hij een paar maanden als flexmedewerker in diverse Rotterdamse verzorgingshuizen.
leesfragment
Op de fiets gieren de zenuwen door mijn keel.Gelukkig kan
ik alle nervositeit botvieren op de trappers.Het is een warme,
zomerse dag en er staat een lekkere wind. Onderweg
naar de Rotterdamse Alexanderpolder sjees ik langs het
Kralingse Bos.Het geluid van zomers toerisme klinkt door
de bomen heen: geroezemoes, kindergeschater en het geblaf
van een hond.
Bij de gedachte aan het sollicitatiegesprek word ik bloednerveus.
Ik overdenk nog één keer wat er zoal mis kan gaan.
Tijdens de voorbereiding op mijn sollicitatiegesprek heb ik
geprobeerd mijn gegevens van internet te halen. Een onmogelijke
klus.Waarom heb ik ooit mijn foto bij mijn Hyves-,
Facebook-, LinkedIn- en Twitteraccounts geplaatst? Waarom
dacht ik toen niet na over de gevolgen? Wat eenmaal op
internet staat, gaat er nooit meer af. Nu ik undercover aan
het werk wil, ben ik maar één zoekopdracht op internet verwijderd
van ontmaskering.Bij mijn foto staat immers dat ik
in de journalistiek werk.
Natúúrlijk probeerde ik elk mogelijk plaatje waarop ik
schalks de lens in keek van het net te verwijderen. Natúúrlijk
blokkeerde ik iedere openbare toegankelijkheid van die
sociale netwerkprofielen. Natúúrlijk zette ik mijn eigen
website ‘offline’.Maar het internet heeft, in tegenstelling tot
de meeste mensen die ik straks zou gaan verzorgen, een prima
geheugen. Bij de Googlefunctie ‘afbeeldingen’ bleef ikondanks mijn inspanningen gewoon de eerste hit.
Wat nu? Ik maakte een nieuw Facebookprofiel aan. Gewoon
onder mijn eigen naam. Bij gebrek aan een jolige foto
van een mannelijke verpleegkundige plaatste ik er een foto
bij van Loes Luca als Zuster Klivia uit de film Ja Zuster, Nee
Zuster.Dan kon ik altijd nog zeggen dat er twee mensen met
mijn naam bestaan. En dat ik - heel vervelend - daar al vaker
op was aangesproken.
Het volgende probleem zat in mijn cv. Ik was sinds 2007
werkzaam in de journalistiek. Dat kon ik moeilijk vermelden.
Op mijn cv prijkte dus alleen mijn werkervaring in de
zorg en een gat van drie jaar.
In de verte doemt een grote flat op: De Burcht. Mijn
plaats van bestemming, de hoofdlocatie van Zorggroep
Rijnmond. Een gebouw dat zijn naam eer aandoet:met alle
zonneschermen naar beneden lijkt het op een rode, dichtgetimmerde
vesting.
De schuifdeuren gaan open en met een droge keel zeg ik
tegen de baliemedewerkster: ‘Dag, ik heb een sollicitatiegesprek.’
‘Uw naam?’
‘Ivo van Woerden.’
‘Ga maar even zitten,’ zegt de baliemedewerkster.Maar ik
heb een ander plan. ‘Waar is hier het toilet?’ Ze wijst me de
weg. Als de deur achter me dichtvalt, graai ik in mijn tas. Ik
heb een iPod bij me en een microfoontje. Die klik ik in elkaar
en druk op ‘opnemen’.Het voordeel van dit apparaatje
is dat het geen geluid maakt.Het nadeel is dat er een blauw
lampje op de microfoon oplicht als het opneemt. Goed opletten
dus. Ik stop de iPod in het achtervak van mijn tas en
trek de wc voor de vorm door.
‘U moet nog even wachten,’ zegt de baliemedewerkster als ik terugkom. Daarom kijk ik maar een beetje rond.Mijn
oog valt op een A4’tje dat tegenover haar op een prikbord
hangt. ‘We behandelen elkaar met respect, Burchtcode 1’,
staat erop. Iedereen die hier binnenkomt, loopt erlangs en
kan er kennis van nemen: leden van de Raad van Bestuur,
allerlei managers, dokters, verpleegkundigen, verzorgenden,
helpenden, familieleden, vrijwilligers en last but not
least de bewoners zelf.
Ik voel me ongemakkelijk. Getuigt het van respect om
bandopnamen te maken? Vanaf dat moment zal die tekst
mij niet meer loslaten. Respect! Hoe vertaalt de boodschap
op het A4’tje zich naar de bewoners die hier verzorgd worden?
En naar de zorgverleners?
|
|