IVO WOERDEN, [9789058315427]

 

 

 

 

Over de schrijver

Ivo van Woerden (1979) is sinds juni 2010 redacteur bij HP/De Tijd. Daarvoor werkte hij als freelance journalist voor o.a. de Volkskrant, Algemeen Dagblad, Revu, Viva, Vrij Nederland en De Morgen.

IInhoud

‘Er wordt veel gepraat op de afdeling. In de pauzes en ook tijdens de verzorging gaat het over wat er de vorige avond op televisie was en over naderende vakanties. Maar het valt op dat iedere dag, ongeacht de locatie, hetzelfde onderwerp terugkeert: hoe zwaar het werk is en dat het vroeger beter was. […] Een collega vertelt: “Vroeger kon je nog echt voor iemand zorgen. Het is zo veranderd dat ik er ziek van ben geworden. Nu ga ik toch maar door, tot ik met pensioen kan.”’

 

Maar al te vaak horen we dat ‘het rommelt in de zorg’. Er komen steeds meer ouderen die hulp nodig hebben, en steeds minder mensen die dat willen bieden. Hoe gaat het er echt aan toe in de ouderenzorg en hoe komt dat? Om die vragen te kunnen beantwoorden dook HP/De Tijd-journalist en verpleegkundige Ivo van Woerden onder in de wereld van de ouderenzorg. In de zomer van 2010 werkte hij een paar maanden als flexmedewerker in diverse Rotterdamse verzorgingshuizen.

leesfragment

Op de fiets gieren de zenuwen door mijn keel.Gelukkig kan ik alle nervositeit botvieren op de trappers.Het is een warme, zomerse dag en er staat een lekkere wind. Onderweg naar de Rotterdamse Alexanderpolder sjees ik langs het Kralingse Bos.Het geluid van zomers toerisme klinkt door de bomen heen: geroezemoes, kindergeschater en het geblaf van een hond. Bij de gedachte aan het sollicitatiegesprek word ik bloednerveus. Ik overdenk nog één keer wat er zoal mis kan gaan. Tijdens de voorbereiding op mijn sollicitatiegesprek heb ik geprobeerd mijn gegevens van internet te halen. Een onmogelijke klus.Waarom heb ik ooit mijn foto bij mijn Hyves-, Facebook-, LinkedIn- en Twitteraccounts geplaatst? Waarom dacht ik toen niet na over de gevolgen? Wat eenmaal op internet staat, gaat er nooit meer af. Nu ik undercover aan het werk wil, ben ik maar één zoekopdracht op internet verwijderd van ontmaskering.Bij mijn foto staat immers dat ik in de journalistiek werk. Natúúrlijk probeerde ik elk mogelijk plaatje waarop ik schalks de lens in keek van het net te verwijderen. Natúúrlijk blokkeerde ik iedere openbare toegankelijkheid van die sociale netwerkprofielen. Natúúrlijk zette ik mijn eigen website ‘offline’.Maar het internet heeft, in tegenstelling tot de meeste mensen die ik straks zou gaan verzorgen, een prima geheugen. Bij de Googlefunctie ‘afbeeldingen’ bleef ikondanks mijn inspanningen gewoon de eerste hit. Wat nu? Ik maakte een nieuw Facebookprofiel aan. Gewoon onder mijn eigen naam. Bij gebrek aan een jolige foto van een mannelijke verpleegkundige plaatste ik er een foto bij van Loes Luca als Zuster Klivia uit de film Ja Zuster, Nee Zuster.Dan kon ik altijd nog zeggen dat er twee mensen met mijn naam bestaan. En dat ik - heel vervelend - daar al vaker op was aangesproken. Het volgende probleem zat in mijn cv. Ik was sinds 2007 werkzaam in de journalistiek. Dat kon ik moeilijk vermelden. Op mijn cv prijkte dus alleen mijn werkervaring in de zorg en een gat van drie jaar. In de verte doemt een grote flat op: De Burcht. Mijn plaats van bestemming, de hoofdlocatie van Zorggroep Rijnmond. Een gebouw dat zijn naam eer aandoet:met alle zonneschermen naar beneden lijkt het op een rode, dichtgetimmerde vesting. De schuifdeuren gaan open en met een droge keel zeg ik tegen de baliemedewerkster: ‘Dag, ik heb een sollicitatiegesprek.’ ‘Uw naam?’ ‘Ivo van Woerden.’ ‘Ga maar even zitten,’ zegt de baliemedewerkster.Maar ik heb een ander plan. ‘Waar is hier het toilet?’ Ze wijst me de weg. Als de deur achter me dichtvalt, graai ik in mijn tas. Ik heb een iPod bij me en een microfoontje. Die klik ik in elkaar en druk op ‘opnemen’.Het voordeel van dit apparaatje is dat het geen geluid maakt.Het nadeel is dat er een blauw lampje op de microfoon oplicht als het opneemt. Goed opletten dus. Ik stop de iPod in het achtervak van mijn tas en trek de wc voor de vorm door. ‘U moet nog even wachten,’ zegt de baliemedewerkster als ik terugkom. Daarom kijk ik maar een beetje rond.Mijn oog valt op een A4’tje dat tegenover haar op een prikbord hangt. ‘We behandelen elkaar met respect, Burchtcode 1’, staat erop. Iedereen die hier binnenkomt, loopt erlangs en kan er kennis van nemen: leden van de Raad van Bestuur, allerlei managers, dokters, verpleegkundigen, verzorgenden, helpenden, familieleden, vrijwilligers en last but not least de bewoners zelf. Ik voel me ongemakkelijk. Getuigt het van respect om bandopnamen te maken? Vanaf dat moment zal die tekst mij niet meer loslaten. Respect! Hoe vertaalt de boodschap op het A4’tje zich naar de bewoners die hier verzorgd worden? En naar de zorgverleners?