MM BOEKEN LEESCLUBWIJZER SARA GRUEN

 

 

 

 

 

 

 

Sara Gruen is opgegroeid in Canada. Zij woont op het platteland in de buurt van Chicago, van haar verscheen eveneens de roman De Gouden Kooi.

Inhoud

Wanneer zijn ouders om het leven komen, sluit Jacob Jankowski zich aan bij een rondreizend circus. Een wonderbaarlijke wereld vol spanning, verdriet, woede en passie, met zijn eigen bizarre wetten, zijn eigen manier van leven en zijn eigen manier van sterven. Een wereld die voor Jacob een toevluchtsoord en een nachtmerrie tegelijk zal worden.

Hij neemt de verzorging op zich van Rosie, de olifant die door de circusdirecteur is binnengehaald als de nieuwe attractie die het circus voor de ondergang moet behoeden. Het probleem is alleen dat Rosie niet reageert op commando’s en dat ze niet één kunstje lijkt te beheersen.

Als Jacob verliefd wordt op Marlena, de betoverend mooie ster van het paardennummer - en de echtgenote van August, de charismatische, maar wrede dierentrainer -   lijken zijn dagen bij het circus geteld.

Water voor de olifanten is een fascinerende, aangrijpende en sprankelende roman over een onmogelijke liefde in de circuswereld van de jaren dertig – een verhaal dat zich niet weg laat leggen. Onlangs werd dit boek verkozen tot roman van het jaar in de Verenigde Staten.

 

In gesprek met Sara Gruen

April 2007

Sara Gruen wilde net aan een totaal ander boek beginnen, tot ze plotseling een oude circusfoto in een krant aantrof. Ze raakte zo gefascineerd door het plaatje dat ze haar oude idee meteen liet schieten. Haar impulsiviteit werd beloond. Water voor de olifanten is onlangs in Amerika bekroond als roman van het jaar.

Toen ze in de geschiedenis van het circusbestaan dook, had Sara geen flauw idee wat ze zou aantreffen. Limonadestelende olifanten, een dode Dikke Dame die in een nijlpaardwagen door de stad werd gereden, circuslieden die letterlijk van de trein werden geworpen als ze geen nut meer hadden… “Die dingen kun je onmogelijk verzinnen”, vertelt Sara. “Hoe gekker het incident in mijn boek, hoe groter de kans dat het echt gebeurd is!”

Wat vond je zo fascinerend aan die foto om helemaal opnieuw te beginnen?

“Ik ben opgegroeid in Canada en ik heb daar nog nooit een circus gezien. Misschien kwamen circussen nooit bij ons in de buurt, of gingen mijn ouders er nooit naartoe, hoe dan ook: ik ben er niet mee opgegroeid. Juist dát maakte het zo interessant. Zodra ik die foto zag, liet het me niet meer los. Het circus was voor mij zoiets absurds en vreemds – het boek kon alle kanten op! Ik kon al mijn fantasie erin kwijt.”

Het boek speelt zich af tijdens De Grote Depressie. Waarom heb je voor dit scenario gekozen?

“Aanvankelijk omdat de foto in dezelfde periode was genomen, later gaf het me heel veel extra mogelijkheden. Het leven in het circus was altijd al hard en de depressie deed daar een schepje bovenop. Er gebeurden veel heftige dingen in die tijd die ik voor mijn boek kon gebruiken, zoals cresolverlamming, een ernstige neurologische aandoening als gevolg van het drinken van jamaica-gemberextract. Sinds de drooglegging waren dergelijke alcoholhoudende extracten erg in trek. De overheid besloot daarom dat er smaakbedervende stoffen aan moesten worden toegevoegd, zodat mensen het niet meer zouden drinken. Een fabrikant dacht met cresol een goedkoop middel te hebben gevonden, maar de gevolgen waren desastreus. Mensen bleven het spul drinken en duizenden Amerikanen raakten verlamd.

Het zou me overigens niks verbazen als we ooit weer in een ernstige economische depressie terecht zullen komen. Tijdens mijn onderzoek beangstigde dat mij nog het meest: de veiligheid waarin wij nu leven, is slechts een luchtbel.”

Je schrijft ook over ‘redlighting’: als het circus je wilde straffen of geen geld had om je salaris te betalen, werd je letterlijk van de trein gegooid. Was dat gebruikelijk in die tijd?

“Ik denk dat het vaak voorkwam tijdens de wanhopige jaren van De Grote Depressie, maar het gebeurde daarvóór ook al. Alleen de corrupte circussen maakten zich schuldig aan redlighting en andere malafide praktijken. Een gepensioneerde clown vertelde me eens dat de helft van al hun showmeisjes travestieten waren. Het publiek wist van niks.”

De sterke hiërarchie in jouw circus is ook erg opvallend…

“Dat was ook echt zo in die tijd. Inmiddels is er veel veranderd. De Grote Depressie heeft de treincircussen bijna de das omgedaan. Grote treincircussen zoals The Ringling Brothers treden op in stadions en kleine circussen vervoeren zich in dure campers. Veel kleine shows worden nu overigens gerund door families, dus er is nog weinig sprake van strikte hiërarchie.”

In je boek zijn De Ringling Brothers een doorn in het oog van het louche circus The Benzini Brothers. Was er werkelijk zo’n heftige oorlog gaande tussen circussen?

“Absoluut. Ze stuurden mannetjes op pad om over de posters van de concurrent heen te plakken. John Ringling heeft trouwens letterlijk twee weken voor de depressie de American Circus Corporation opgekocht, wat een goede set zou zijn geweest als Zwarte Dinsdag nooit gebeurd was. Ineens was hij de eigenaar van allerlei bankroete en slecht draaiende circussen. De haat en nijd onderling was moordend.”

Hoe heb je research gedaan? Ben je met een circus meegereisd?

“Nee, maar zo voelt het wel! Ik heb tientallen boeken gelezen, ik heb gesproken met circushistorici, ik heb musea bezocht en natuurlijk elk circus dat ook maar in de buurt kwam. Ik moet mezelf er soms echt aan herinneren dat ik nooit met een circus heb gereisd en dat ik nooit verliefd op een olifant ben geworden. In de fictieve wereld in mijn hoofd is het allemaal echt gebeurd.”

Je hebt voor je research ook met circusmensen gesproken. Hoe ging dat?

“In het begin was het best lastig om hun vertrouwen te winnen, hun cultuur is erg gesloten en beschermend. Maar toen ze me eenmaal leerden kennen, waren ze erg warm, gastvrij en behulpzaam. Ik ben erg dankbaar met hun verhalen en input.”

In je boek blikt de 93-jarige Jacob vanuit een verzorgingshuis terug op zijn leven bij het circus. Hij is gehandicapt en leeft min of meer in isolement. Wil je ons hiermee iets duidelijk maken?

“Ik wilde graag het dehumaniserende proces van het ouder worden laten zien. Lichaam en geest takelen af, je verliest de macht over jezelf. Er is een grote overeenkomst tussen de oude Jacob en de dieren die hij vroeger in het circus verzorgde. Ze kregen allemaal hun natje en hun droogje, werden elke dag tentoongesteld en hadden geen enkele controle over hun eigen leven.”

Je schreef eerder twee boeken over paarden, je nieuwste boek gaat over apen; wat heb jij met dieren?

“Ik ben altijd omringd door dieren. Ik kan simpelweg geen nee zeggen tegen een dier in nood, mijn huis zit er bomvol mee. Op dit moment heb ik twee oude honden die allebei zeven jaar in het asiel zaten voordat ik ze adopteerde, twee geiten, een paard en drie katten. Mijn laatste geadopteerde kat komt uit een huis waar meer dan honderd katten leefden en hij had zo’n ernstige oorinfectie dat hij meteen geopereerd moest worden. Liefde voor dieren is voor mij iets vanzelfsprekends, daarom voelt het heel natuurlijk om ze ook in mijn werk te betrekken.”

Klopt het dat de Jacob in jouw boek is vernoemd naar de Jacob in het bijbelverhaal?

“De twee verhalen vertonen inderdaad veel paralellen. De bijbelse Jacob moet vluchten en moet bij de rivier slapen, hij is eerst bij de verkeerde vrouw (Catherine = Leah), hij verzorgt de dieren van zijn oom Laban (Uncle Al = oom Laban) om na zeven jaar eindelijk de vrouw van zijn dromen (Marlena = Rachel) te kunnen huwen. Toch verkondig ik niet per se een bijbelse boodschap. Ik vond het gewoon interessant om, zoals zoveel schrijvers traditiegetrouw doen, te refereren naar een belangrijke culturele geschiedenis.”  

Het schijnt dat je een nogal ongebruikelijke werkplek hebt, namelijk je   inloopkast. Leg eens uit?

“Ik had net de eerste helft van mijn boek geschreven toen mijn paard per ongeluk op mijn voet ging staan. Mijn voet was totaal verbrijzeld en ik kon negen weken niet werken. Het was een ramp. Eenmaal weer aan het werk kon ik me nog amper in mijn personages verplaatsen en ik had het boek al bijna opgegeven. In alle wanhoop heb ik mijn man toen gevraagd of hij mijn bureau naar de inloopkast wilde verhuizen, zodat ik in alle rust kon werken en mezelf een hele dag kon opsluiten. Een van mijn belangrijkste schrijfregels is dat ik elke dag moet schrijven, ook als ik er geen zin in heb. Als ik op inspiratie had gewacht, zou mijn boek nu nog niet af zijn!”

Interview: Rianne Marijs

zie ook: www.saragruen.com

 

In de pers

‘Een echte page-turner’ Publishers Weekly

‘Een prachtige roman’ The New York Times

‘Een rauw, sensueel verhaal dat je in zijn ban houdt met duistere geheimen, moord, een verboden liefde…en een majestueuze heldin’ Parade

‘Met de timing van een volleerd acrobaat bewaart Gruen een verbluffende ontknoping tot de allerlaatste bladzij’ New York Times Book Review

‘Vertelkunst die de magie van het circus evenaart … Gruen laat je ademloos toekijken’

Booklist

‘Vertederend en betoverend … een onvervalst talent’ Kirkus Reviews

‘Een meeslepend verhaal met een geweldige vaart. Ouderwets vakwerk’

Library Journal

‘Een verhaal met alle vermaak en spektakel van de piste’ Entertainment Weekly

‘Rijk en verrassend… Een emotioneel verhaal waar geschiedenisfanaten en anderen dol op zullen zijn’ People

 

Leesclubvragen en discussieonderwerpen

  1. In hoeverre voegen de hoofdstukken over de bejaarde Jacob iets toe aan de hoofdstukken over de ervaringen van de jonge Jacob bij het Benzinicircus? En op welke manier zorgen de hoofdstukken over de jonge Jacob dat je het leven van de bejaarde Jacob beter begrijpt?
  2. Hoe is het motto van de roman, het citaat uit Dr. Seuss’ Horton Hatches the Egg, toepasbaar op het verhaal? Welke rol spelen trouw en loyaliteit in Water voor de olifanten? Op welke manieren maakt Gruen een contrast tussen de vijandelijkheid en de gruwelijkheden in de circuswereld, en de even indrukwekkende loyaliteit en zorgzaamheid?
  3. Wie dacht je, nadat je de proloog had gelezen, dat August had vermoord? Welk effect had de chaos en moord uit de openingsscène op je reactie op het verhaal dat volgde?
  4. Jacob heeft een formeel etentje met August en Marlena in hun privécoupé. Daarna merkt hij op: ‘August is hoffelijk, charmant, en gevaarlijk’ (pagina 93). In hoeverre is dit een correcte karakterschets van August? Hoe zou je nog kunnen uitweiden over Jacobs observatie? Hoe zou je Augusts karakter omschrijven? Welke situaties in de roman onthullen zijn ware karakter?
  5. August zegt over Marlena: ‘Niet iedereen kan met circuspaarden werken. Het is een godgegeven talent, een zesde zintuig, als ik het zo mag omschrijven’ (pagina 94). Zowel August en Jacob erkennen Marlena’s vaardigheden, haar ‘zesde zintuig’, als ze met paarden werkt. Op welke manier zorgt dat zesde zintuig ervoor dat ze voor elk van deze mannen aantrekkelijk wordt? Hoe verschillen August en Jacob in de manier waarop zij Marlena’s vaardigheden belangrijk vinden?
  6. Nadat Jacob Silver Star moet afmaken praat August met hem over de realiteit van het circus. ‘Het is allemaal een illusie, Jacob,’zegt hij, ‘en daar is niets mis mee. Dat is wat de mensen van ons willen, wat ze verwachten’(pagina 104). Hoe maakt Gruen in de roman een contrast tussen realiteit en illusie? Is er iets verkeerd aan om in te spelen op de behoefte aan illusie die mensen hebben? Waarom verlangen mensen naar de illusies waar het circus voor staat?
  7. Als de oude Jacob nadenkt over het feit dat zijn dagelijkse beslommeringen en verhalen zijn kinderen niet interesseren, merkt hij op: ‘Mijn echte verhalen zijn allemaal gedateerd. Wat maakt het uit dat ik uit de eerste hand kan vertellen over de Spaanse griep, de uitvinding van de automobiel, wereldoorlogen, koude oorlogen, guerrilla oorlogen en Spoetnikken? – Dat is allemaal prehistorie tegenwoordig. Maar wat heb ik ze anders nog te bieden?’(pagina 110). Hoe zouden we kunnen leren om de verhalen en levenslessen van onze senioren te waarderen, en hoe kunnen we jongere mensen aanmoedigen om onze eigen verhalen te waarderen?
  8. Als hij zichzelf in de spiegel ziet, probeert de oude Jacob ‘door het uitzakkende vlees’ heen te kijken. Maar, beweert hij: ‘Het heeft geen zin… Ik kan mezelf niet meer vinden. Wanneer ben ik opgehouden mezelf te zijn?’(pagina 111). Hoe zou je deze vraag voor Jacob, voor jezelf of voor ieder ander kunnen beantwoorden?
  9. Op welke manier en in hoeverre zijn Uncle Al’s manoeuvres en methodes om het failliete Fox Brothers circus over te kopen een weerspiegeling van traditionele Amerikaanse bedrijfspraktijken? Hoe zou je zijn gedrag vergelijken met dat van de belangrijke zakenmannen en financieel deskundigen van vandaag de dag? Welke alternatieve maatregelen zou jij liever zien?
  10. Als Jacob na zijn nacht met Barbara en Nell op zijn opgerolde beddengoed ligt, lukt het hem niet de nare beelden van die nacht uit zijn hoofd te krijgen en hij bedenkt zich dat ‘hoe beangstigender de herinnering is, des te hardnekkiger zijn aanwezigheid’(pagina 143). Hoe zouden de herinneringen van de oude Jacob deze observatie kunnen bevestigen of tegenspreken? Wat zijn jouw ervaringen en observaties in dit opzicht?
  11. In zijn boek Carnival of the Animals schreef Ogden Nash: ‘Olifanten zijn nuttige vrienden.’ Op welke manier is Rosie een ‘nuttige’ vriend? Welke rol speelt Rosie in de gebeurtenissen die volgen nadat Uncle Al haar heeft aangeschaft?
  12. Nadat Jacob August met succes leert hoe hij in het Pools bevelen aan Rosie moet geven, merkt hij op: ‘Het is alleen als ik Rosie zie spinnen onder de liefdevolle hulp van August dat mijn overtuiging vergaat. En wat er in plaats daarvan overblijft is een vreselijk iets’(pagina 229). Wat blijft er voor Jacob over, en hoe maakt dat deel uit van Augusts persoonlijkheid en Jacobs relatie met August? En wat maakt het een ‘vreselijk iets’?
  13. Wat vond je ervan dat Walter, Camel en acht anderen werden ‘ge-redlight’, van de trein gegooid? Hoe kunnen we het moorddadige gedrag van Uncle Al zien als ‘een aanklacht tegen het levenlange veinzen van emoties om aan geld te komen’ (in de woorden van een recensent)?
  14. Nadat het Benzini Brothers circus ten onder is gegaan en Uncle Al ervan door is gegaan realiseert Jacob zich dag hij ‘niet alleen werkloos en dakloos is’, maar ook dat hij een ‘zwarngere vrouw, in de steek gelaten hond, een olifant en elf paarden om voor te zorgen heeft’ (pagina 317). Welke verwachtingen had je voor de toekomst van Jacob, Marlena en hun dieren nadat zij het Benzini Brothers circus verlaten? Had je verwacht dat het zo af zou lopen als de oude Jacob vertelt, of had je gedacht dat het anders zou gaan?
  15. Aan het eind van de roman roept Jacob uit: ‘Wat maakt het nou uit dat ik 93 ben? Waarom zou ik er in godsnaam niet vandoor kunnen gaan met het circus?’(pagina 331). Wat denk je dat de ervaringen van de oude Jacob zijn geweest nadat hij er voor de tweede keer met een circus vandoor ging? Hoe is deze beslissing een weerspiegeling van wat we hebben geleerd over zijn vroege jaren?
  16. Sara Gruen heeft gezegd dat de ‘ruggengraat’ van haar roman parallel loopt met het Bijbelse verhaal van Jacob, uit het boek Genesis. Op zijn eerste avond nadat Jacob Cornell verlaat, ligt hij bijvoorbeeld ‘achterover op de oever, zijn hoofd rustend op een platte steen’ (pagina 23), net als zijn Bijbelse naamgenoot. Op welke andere manieren is Water voor de olifanten gelijk aan het verhaal van de Bijbelse Jacob? Hoe zijn de namen van de vele personages in het boek een afspiegeling van personen uit het Bijbelse verhaal?
  17. Zoals een recensent het omschrijft:Water voor de olifanten ‘verdiept zich in de erbarmelijke grandeur van het circus ten tijde van de Grote Depressie.’ Op welke manier en in hoeverre beschrijven de woorden ‘erbarmelijke grandeur’ de wereld die Gruen in haar roman creëert?

 

 

 

 

 

Lezersreacties